Hoe word je een betere bowl(st)er?

woensdag 9 september 2026

Er zijn zoveel aspecten in de bowlingsport waarop je zou kunnen trainen. Alles zit natuurlijk aan elkaar verbonden. Dus kijken we graag naar de topbowlers. Wat doen zij waarom ze zo goed zijn. Wat kan je van ze leren?

Jack Edelaar, voormalig bondscoach van Tsjechië en diverse Nederlandse selecties, geeft maandelijks tips & tricks voor bowlers. Als opgeleid docent LO en NOC*NSF mastercoach kan hij elke beginner en topper bijstaan in de zoektocht naar beter presteren. Met een 200+ pasgemiddelde speelt hij zowel links-als rechtshandig mee in de bowlingsport.

Eerder in bowlen.nl vertelde Jack over het basismodel en de kwaliteiten die we onderscheiden bij een bowler. Deze keer neemt hij je mee in de mentale aspecten van de sport. Kun je jezelf sterker denken? En hoe bereid je je het beste voor op het nieuwe seizoen? 
 

De mentale kwaliteiten van een bowler bepalen

In de vorige artikelen heb ik het basismodel besproken en uitgelegd welke kwaliteiten we onderscheiden bij een bowler. In het midden sta jij met al je kwaliteiten, eigen­schappen, mogelijkheden en beperkingen. Wat zijn dan de knoppen waar je aan kan draaien om een betere bowler te worden?

In grote lijnen zijn dat de gebieden tech­niek, tactiek en mentaal. Die heb ik de vori­ge keren uitgebreid besproken. Als je beter wilt worden, een hogere score wilt behalen, dan ga je aan de slag met die gebieden. Je verbetert je techniek, je vergroot je tacti­sche mogelijkheden en je gaat aan de slag met je mentale kracht. Je gaat groeien. Het is mijn ervaring dat de mate van groei in techniek en tactiek vooral wordt bepaald door de mentale kwaliteiten.

Wie zich sterk denkt, wordt ook sterker

Vanuit eigen recente ervaring kan ik dit al­leen maar weer beamen. Voor zover ik het al niet wist, weet ik het nu zeker: je bent wie je denkt dat je bent.

En dan bedoel ik natuurlijk niet dat je de president van Amerika bent als je dat maar denkt. (Overigens denkt die man waar­schijnlijk dat hij ook meer is dan hij daad­werkelijk is en kijk eens hoever hij daarmee komt). Ik bedoel hiermee te zeggen dat jouw zelfbeeld en zelfspraak in grote mate bepaalt hoe jij je gedraagt en beweegt. Als jij denkt dat iets moeilijk is om te leren, ga je je anders opstellen dan dat je denkt dat iets wel te leren valt. Hoe vaak ik niet gehoord heb dat ‘afleren moeilijker is dan aanleren’. Om moe van te worden. En iedereen blijft het maar herhalen. Zullen we afspreken dat we deze zin voortaan gaan veranderen in: afleren = aanleren!

Na 40 jaar lesgeven aan honderden, zoniet duizenden mensen, heb ik elke keer weer gezien dat iemands mindset het verschil maakt.

Niet voor niets besteed ik daar de eerste les­sen heel veel aandacht aan. ‘Afleren is moe­lijker dan aanleren’ is een voorbeeld van een zogenaamde ‘Set mindset’, ofwel een geloof in een vaststaand gegeven. ‘Afleren = aanle­ren’ is juist een voorbeeld van een ‘Growth mindset’, ofwel een instelling waarin groei en verandering worden verwelkomd.

Verwachtingen zijn gevaarlijk

Het grote verschil in iets nieuws aanleren terwijl je nog niets kunt, bij een absolute beginner, en het aanleren van een iets andere techniek terwijl je iets al jaren doet, is m.i. vooral de verwachting die je hebt. Een verwachting, een beeld dat je gecreëerd hebt op basis van eerdere ervaringen en wat anderen hierover gezegd hebben.

Veel van die verwachtingen zijn gebaseerd op aannames. De aanname dat als je A doet, je B gaat krijgen. Zo’n verwachting wordt ook wel een self fulfilling prophecy genoemd, een zichzelf waarmakende voorspelling. En als dan toch toevallig C optreedt, waarbij C een ander, goed resultaat is, dan zal dit berusten op toeval en wordt meestal gezegd dat dit niet nog eens zal gebeuren.

Herken je dit?

‘Als ik jou was zou ik een paar latten naar links opschuiven,’ zegt jouw teamgenoot.
‘Ja maar dat heb ik al eens geprobeerd en toen kreeg ik een split.’
‘Probeer het nou eens gewoon.’
‘Oké, maar het is jouw schuld hè, als het niet lukt.’

Je doet het, maar zonder overtuiging. Negen van de tien keer betekent dit dat je ergens in je beweging de aanpassing teniet doet. Je drift wat meer, je trekt je zwaai wat weg of je release is geforceerd. Resultaat: een mooie split en de uitroep ‘Zie je nou wel’ waardoor je jouw gelijk bewijst. Herkenbaar?

Je hebt je eigen verwachting waargemaakt!

 

Het goede nieuws

Dat is natuurlijk ook het goede nieuws. Je kunt blijkbaar je beweging beïnvloeden qua uitvoering door bepaalde gedachten te heb­ben. Als je de uitvoering slechter kunt maken door negatieve gedachten hierover, kan je de uitvoering ook beter maken door positieve gedachten hierover. Er is niet voor niets een wetenschappelijk bewijs voor het zogenaam­de placebo- en nocebo-effect. Het nocebo-ef­fect is de tegenhanger van het placebo-effect en zorgt ervoor dat je iets negatief ervaart, omdat je het verwacht. De betekenis van het nocebo effect komt uit het Latijn en betekent letterlijk: ‘Ik zal schadelijk zijn.’

Er is een continue wisselwerking tussen onze overtuigingen, verwachtingen en ervaringen. Onze ervaringen uit het verleden vormen onze overtuigingen en andersom! Wanneer we geloven dat iets negatief zal uitpakken, kan ons brein deze negatieve overtuiging na­melijk versterken en ons idee van de werke­lijkheid vervormen. Dit kan resulteren in het daadwerkelijk ervaren van negatieve uitkom­sten, zelfs wanneer er objectief gezien geen reden is voor deze negatieve ervaringen.

Het placebo effect is natuurlijk veel leuker. De betekenis van placebo komt ook uit het Latijn en betekent letterlijk: ‘Ik zal behagen.’ De werking van een placebo (bijvoorbeeld een geneesmiddel dat eigenlijk geen effectief medicijn in zich heeft) heeft te maken met de verwachtingen en het vertrouwen dat iemand heeft in een positieve uitkomst. Verwacht je dat een bepaald middel, therapie, coaching of operatie jouw pijn vermindert, je prestatie bevordert of je klachten laat afnemen, dan werkt het vaak ook. Het is dus aan de ene kant een psychologisch effect, maar uit onderzoek blijkt dat er ook echt lichamelijke veranderin­gen optreden. Ook in de hersenen is veran­derde activiteit meetbaar als gevolg van het placebo-effect.

 

Het grootste placebo-effect ben je zelf!

Hoe jij in de wedstrijd staat bepaalt hoe succesvol je gaat zijn. Geloof in je eigen kunnen is cruci­aal. Als je weet dat je goed getraind hebt, als je weet dat je goed materiaal hebt, als je weet dat je goed uitgerust bent en als je weet dat je niets hebt laten liggen, dan kun je presteren. Anders gezegd: als jij niet in jezelf gelooft, wie zou er dan wel in jou moeten geloven.

Allemaal goed en aardig zal je misschien denken, maar zo eenvoudig is het niet. Klopt. Lees de zinnen nog maar eens: als je weet dat:
Het begint bij goed getraind zijn. Kan je dat echt van jezelf zeggen?
Goed uitgerust. Klopt dat? Op tijd naar bed gegaan?
Goed balmateriaal? Is alles up to date inclu­sief alle gaten, doppen, tapes, schoenen, en noem maar op.
En zo zijn er voor jou misschien nog een of twee belangrijke dingen die je moet afvinken voordat je dit tegen jezelf kunt zeggen. Want al die gedachten zorgen er uiteindelijk voor of je tegen jezelf aardige dingen kunt zeggen of dat je twijfels ervaart. Eén ding is voor mij ze­ker. Daar ben ik 100% van overtuigd na zoveel jaren training geven, coachen en zelf spelen:
 

De hoogte van je prestatie wordt bepaald door je mentale gemoedstoestand!

 

Een goede start maken

Zo vlak voor het nieuwe seizoen is dus mis­schien niet zo’n gek idee om hier goed werk van te maken. Ga een paar keer trainen voor­dat de huisleague weer begint. Doe dat dan eens wat bewuster met je gedachten. Wat denk je tijdens, na en ook voor een worp? Kan je daar wat mee experimenteren en kan je je verwachtingen wat uitstellen? Gewoon nieuwsgierig zijn naar wat er gebeurt en niet direct op zoek gaan naar een hoge score. Leer over jezelf!

Ik wens je heel mooie, nieu­we leerervaringen toe en een interessant seizoen.

Jack Edelaar
Jack Edelaar is voormalig bondscoach van Tsjechië en diverse Nederlandse selecties. Als opgeleid docent LO en NOC*NSF Mastercoach kan hij elke beginner en topper bijstaan in de zoektocht naar beter presteren. Met een 200+ pasgemiddelde speelt hij zowel links- als rechtshandig mee in de bowlingsport.